Drie mythes over achterwaarts gerichte autostoeltjes
De belangrijkste reden om voor een achterwaarts gericht autostoeltje voor je kind te kiezen is duidelijk: achterwaarts reizen is de veiligste manier om te reizen. Toch kan sociale druk ons het gevoel geven dat veiligheid ten koste gaat van het comfort van je kind. Misvattingen zoals: “Het is niet comfortabel voor mijn kind”, “Mijn kind wordt misselijk in een achterwaarts stoeltje” en “Mijn kind ziet niets” zijn slechts een paar voorbeelden. Wij leggen uit waarom je je over deze veelvoorkomende mythes geen zorgen hoeft te maken, zodat je je kind langer achterwaarts kunt laten reizen.
1. Het is niet comfortabel voor mijn kind in een achterwaarts gericht autostoeltje
In Zweden reizen kinderen meestal tot 6 jaar comfortabel in een achterwaarts gericht autostoeltje. Klopt deze wijdverspreide mythe?
Als je je kind in een geschikt autostoeltje plaatst dat is afgestemd op zijn of haar leeftijd, gewicht en lengte, dan zal je kind voldoende beenruimte hebben. Houd er rekening mee dat naarmate je kind groeit, er minder ligstand nodig is en de oorspronkelijke ruimte tussen de rand van de stoel en de rugleuning van het autostoeltje groter wordt, waardoor er extra beenruimte ontstaat. Maar als je toch nog twijfelt, bieden onze Axkid-autostoeltjes de mogelijkheid om de beenruimte te vergroten door de installatie van het autostoeltje aan te passen. Het verplaatsen van de stoel zorgt hiervoor.
“Wat als kinderen niet met gestrekte benen kunnen reizen? Is dat niet slecht voor hen?”
In een achterwaarts gericht autostoeltje is het namelijk zeer waarschijnlijk dat kinderen voldoende ruimte hebben om hun benen volledig te strekken gedurende minstens twee tot drie jaar. Toch zullen ze er vaak de voorkeur aan geven om hun benen te buigen om comfortabeler te reizen, en kunnen ze gemakkelijk van houding veranderen.
Als je naar een klein kind kijkt, zie je dat ze van nature de neiging hebben om precies dit te doen. Of ze nu spelen, in de kinderwagen zitten of zelfs voorwaarts reizen, kinderen buigen vaak hun benen, kruisen ze, leunen tegen de zitting of spreiden ze naar buiten in plaats van ze lange tijd te laten bungelen.
Het is ook belangrijk om te bedenken dat, ongeacht de positie van de benen tijdens het reizen in de auto, het bij langere ritten aan te raden is om elke twee uur even te stoppen en een pauze te nemen. Zo kun je de benen strekken en van houding veranderen voor optimaal comfort.
2. Mijn kind wordt wagenziek in een achterwaarts gericht autostoeltje
Duizeligheid is een natuurlijke reactie op een onnatuurlijk prikkel (Jelte Bos, expert bij TNO op het gebied van Waarneming en Cognitieve Systemen, 2017).
Wanneer we met de auto reizen, moet onze hersenen tegenstrijdige informatie verwerken die via onze ogen binnenkomt. Onze ogen geven aan dat we ons snel voortbewegen, maar zowel ons vestibulair systeem (een klein orgaan in het binnenoor dat verantwoordelijk is voor ons evenwicht) als ons proprioceptief systeem (sensoreceptoren in de spieren die aangeven waar ons lichaam zich in de ruimte bevindt) vertellen ons dat we stilzitten (Zhang, Wang, Qi, Pan, Li & Cai, 2016). Wanneer onze hersenen deze informatie niet goed kunnen integreren, ontstaat wagenziekte. Dit gebeurt echter ongeacht de reisrichting, vooral wanneer er sprake is van een genetische aanleg voor duizeligheid.
Aan de andere kant kunnen volwassenen zich duizelig voelen wanneer we achteruit reizen, omdat ons brein zo “geprogrammeerd” is dat de normale gewaarwording van verplaatsing naar voren gericht is. Op dezelfde manier kunnen we duizelig worden op een defecte roltrap, die niet beweegt zoals we gewend zijn.
Als we in overweging nemen dat het vestibulaire systeem van kinderen nog niet volledig ontwikkeld is en nog geen tijd heeft gehad om een bepaald patroon als normaal te registreren. Voor het brein van een kind is achterwaarts reizen net zo “normaal” als voorwaarts reizen, zeker als het kind dit vanaf de geboorte op die manier gewend is.
3. Mijn kind kan niets zien in een achterwaarts gericht autostoeltje
Een andere veelvoorkomende mythe die we vaak horen: “als ze achterwaarts zitten, zien ze niets en gaan ze zich vervelen”.
Kinderen die in een achterwaarts gericht autostoeltje reizen, hebben een ruimer gezichtsveld. Wanneer ze voorwaarts reizen, zitten ze vlak voor de rugleuning van de voorstoel, wat hun zicht beperkt. Als ze naar buiten willen kijken of als wij naast hen zitten en ze ons willen aankijken, moeten ze hun nek in een onnatuurlijke positie draaien.
Wanneer kinderen achterwaarts reizen, kunnen ze gemakkelijk naar buiten kijken of naar ons kijken door hun hoofd slechts een klein beetje te draaien, wat veel comfortabeler is. Het gebruik van een spiegel achterin de auto maakt het bovendien mogelijk dat het kind de persoon voorin goed kan zien en contact kan maken. Daarnaast zorgt het ontwerp van achterwaarts gerichte autostoeltjes ervoor dat kinderen hoger in de auto zitten vergeleken met een voorwaarts gericht autostoeltje, waardoor ze via de achterruit een veel breder gezichtsveld hebben.
Lees meer:
Waarom je kind achterwaarts zou moeten reizen in een autostoeltje
Referentie:
- Bos, J.E. (2015). Less sickness with more motion and/or mental distraction. Journal of Vestibular Research, Vol. 25, nº1, pp.23-33.
- Bos, J.E. (2017). Motion Perception and Sickness, Eye Movements and Human Performance.Recuperado de http://www.jeltebos.info/perception_sickness.htm
- Reynold, R.F. and Brostein, A.M. (2003). The broken escalator phenomenon. Aftereffect on walking onto a moving platform. Experimental Brain Research. August 2003, Vol. 151, Issue 3, pp 301-308.
- Zhang, L., Wang, J., Qi, R., Pan, L., Li, M. and Cai, Y. (2016). Motion sickness: Current Knowledge and Recent Advance. CNS Neuroscience & Therapeutics, 22(1), pp. 15-24.